Het Schaakspel als cultureel erfgoed
Lezing door Aad van den Bosch bij de opening van de expositie Schaakkunst op 11 maart 2007 te Druten.Dames en heren,
De komende 40 minuten neem ik u mee op een reis door de geschiedenis van het schaakspel.
Het eerste deel vertelt iets over het ontstaan van het schaakspel, daarna laat ik u iets zien van de eeuwenlange ontwikkeling van de schaakstukken.
Het derde deel van de lezing laat zien hoe kunstenaars geïnspireerd raakten door het schaakspel.
Met behulp van geprojecteerde afbeeldingen kunt u de oudste schaakstukken bewonderen, de ontwikkeling van het schaakspel volgen en de relatie schaken en kunst nader beschouwen.
Over het ontstaan van het schaakspel is nog steeds geen heldere eenduidige mening gevormd door de wetenschappers.
Vandaag kan ik slechts een tipje van de sluier oplichten en een aantal veronderstellingen belichten.
Het schaakspel heeft een zeer rijke, eeuwenoude geschiedenis en is als zodanig een uitzonderlijk cultuur fenomeen.
Benjamin Franklin, de grote Amerikaanse Staatsman, schrijft in 1779 in zijn boek “Morals of Chess” dat schaken geen nutteloos tijdverdrijf is, maar een afspiegeling van het leven zelf.

Zo schrijft hij: “schaken leert ons vooruitzien, maar ook omzichtigheid door het totale schaakbord in ogenschouw te nemen. Voorzichtigheid door onze zetten niet al te haastig te nemen en tenslotte leren we door het schaken de levenslessen: ons niet te laten ontmoedigen ook al lijken de zaken er slecht voor te staan, te werken naar een gunstige wending en volhardend door te gaan”.
Oorsprong
Als landen van oorsprong worden achtereenvolgens genoemd;
Egypte, Perzië, (nu Noord Iran), India en China.
Veel onderzoeken naar de oorsprong van het schaakspel zijn gebaseerd op bodemvondsten en geschriften.
Dit zijn Arabische schaakstukken van been uit de 8e eeuw. Gevonden in Iran
Zo zijn er in het Islamitisch Museum te Caïro acht schaakstukken te zien uit de 3e eeuw.
Hier zien we een Paard uit de 11e eeuw uit
Noorwegen
en enkele stukken uit de 12e eeuw
Niet direct herkenbaar met onze huidige schaakstukken is
dit schaakstuk van been, vermoedelijk uit de 12e eeuw en is te zien op deze tentoonstelling.
Op een fresco uit het graf van Koningin Nefertari rond 1250 jaar voor Christus, zien we de vorstin afgebeeld met een bordspel met vergelijkbare schaakstukken.
Het is bekend dat men toen reeds een spel had dat lijkt op triktrak.
De literatuur helpt ons verder met de zoektocht naar het ontstaan.
Zo verhaalt de Oudindische dichter Bana in een gedicht uit het jaar 630 na Chr. Hoe de Perzische vorst Sriharsha het schaakspel beoefende.
De geschiedenis van het schaken kunnen we in overeenstemming met de ontwikkeling van het spel onderverdelen in drie perioden.
De eerste periode omvat de eeuwen waarin het spel zich van gelijksoortige bordspellen in India en het Oosten begint los te maken door duidelijke structuren.
Een tweede fase begint met de triomf van het spel in de Arabische wereld en van daaruit z’n weg vindt naar Europa.
De derde fase begint in de middeleeuwen.
In de middeleeuwen was schaken verplichte leerkost voor de edelen. Schilderijen uit die tijd laten ons zien dat het vooral een tijdverdrijf van de elite was.
De stelling op het bord klopt overigens niet. Hier staan zowel de rode koning als de zwarte koning gelijktijdig schaak, een onmogelijke situatie
Het hier geschilderde schaakspel is in Frankrijk nog steeds in gebruik
.
Dit spel is bekend als de Regence set. (ook hier te zien)
Popularisatie van het spel ontstaat in de 17e eeuw als ook de regels worden aangepast.
Het is duidelijke dat de “Homo-sapiens” een spelend mens is.
De eerste periode
Voorafgaand aan het huidige schaakspel zijn er veel bordspellen geweest die mogelijk van invloed zijn geweest op de uiteindelijke vorm.
In verschillende Egyptische grafkamers heeft men muurschilderingen ontdekt met de voorstelling van farao’s bij een bordspel met op schaakstukken gelijkende figuren.
De Egyptenaren en de Perzen kenden bordspellen met 30 velden en 12 stukken en met 144 velden met 48 stukken. Terwijl ons huidige schaakspel 64 velden telt met 32 stukken.
Soms worden dit soort vondsten als bewijs gehanteerd dat het schaakspel is ontstaan in Egypte.
De oudste en tevens krachtigste verklaring over het ontstaan van het schaakspel is beschreven door Perzisch-Arabische auteurs. Zij verwijzen reeds in vroege geschriften naar India als land van oorsprong.
De in Bagdad geboren en in 956 in Cairo gestorven Historicus MASUDI heeft in zijn boek “De gouden Wijze” beschreven hoe koning Balhit bedreven was in het schaakspel.

Een op een toren lijkende figuur die zich bevindt in het
Egyptisch Museum te Berlijn, is zelfs afkomstig uit
hetderde Millennium voor Chr.
Deze MASUDI beschrijft ook de legende van de graankorrel.
De legende verhaalt hoe Indiërs het spel presenteerden aan de Perzische vorst, zonder de spelregels uit te leggen. Zij sloten daarbij een weddenschap af, dat als hij niet zou ontdekken hoe het spel gespeeld moest worden de Perzen belastingplichtig zouden worden aan India.
De koning gaf daarop zijn geleerden opdracht het geheim te ontrafelen. Na vele maanden slaagde een van de geleerden er in het spel te ontrafelen en de spelregels conform op te stellen. Toen de koning hem vroeg welke beloning hij wenste antwoordde de raadsheer; “ik wens slechts op het eerste speelveld één graankorrel, twee op het tweede, vier op het derde enzovoort, totdat alle 64 velden zijn bedekt. De koning dacht in eerste instantie aan een eenvoudige wens, totdat hij er achter kwam hoeveel graankorrels er nodig waren om aan dit verzoek te voldoen. Namelijk genoeg om geheel Perzië met een laag van 12 meter graan te bedekken. De koning wist niet wat hij nu het meest moest bewonderen; de uitvinding van het schaakspel of het vernuft van deze wijze raadsheer.
Op deze miniatuur ziet men de Legende verbeeld.
Het schaakspel met zijn rijke geschiedenis is beschreven als een uitzonderlijk cultuur fenomeen. Reeds eeuwen terug wordt het schaakspel genoemd in gedichten en afgebeeld in miniaturen en schilderijen.
een illustratie uit Livre de Conqestes et fait dÁlexandre van Jean Wauqulin, Tweede helft 15e eeuw
Heden ten dage worden kunstenaars nog steeds geïnspireerd, zoals te zien is op deze expositie.
Volgens de opvatting van schaakhistorici vindt het schaakspel zijn oorsprong in de krijgsmacht. Het is gebaseerd op de 4 onderdelen van het Indiase leger, zoals Alexander de Grote dat aantrof toen hij in het jaar 330 voor Chr. India binnentrok.
Die 4 onderdelen waren, strijdwagens, paarden, olifanten en voetvolk, vergelijkbaar met de pionnen, die onder aanvoering van de koning en zijn raadgever ten strijde trokken.
Er zijn afbeeldingen gevonden waarop te zien is dat het schaakspel uit deze 4 onderdelen bestond. In iedere hoek van het schaakbord stonden 8 stukken opgesteld, later zijn die samengevoegd en zo komen we nu aan 16 stukken voor iedere speler, waarbij er overigens slechts twee koningen overbleven.
Het schaakspel is altijd populair gebleven bij de heersende dynastieën.
Vele Arabische kaliefs waren bedreven spelers die het graag opnamen tegen beroepsspelers, de zogenoemde “meesters’.
Een van de vele legende uit die tijd is de “mat van Dilaram”.
Het verhaal gaat dat de grootvizier van Bagdad, een uitstekende schaker, het op een dag opnam tegen een zeer bekwame beroepsspeler.
Hier ziet u de partij opgeschreven door een Perzische auteur.
De inzet van de partij was een grote geldsom. Hoewel de kalief aanvankelijk won, begon hij steeds meer te verliezen. Om bij de
laatste partij zijn geld terug te winnen, zette hij zijn totale bezit in, inclusief zijn vrouw, prinses Dilaram.
De partij die werd gespeeld op de binnenplaats werd gade geslagen door zijn vrouw. Zij zag vanuit de toren dat de kansen van haar man met iedere zet verminderden.
In radeloze angst straks huis en haard te verliezen, bouwde zij de schaakstelling na op haar badmat. Door het naspelen kreeg zij plots een ingeving hoe zij haar man uit de hachelijke situatie kon redden. Ze rende nar beneden en fluisterde haar man de volgende zet in het oor die leidde tot de mat van de tegenpartij. Sindsdien spreekt men van de mat van Dilaram.
Het schaakspel is van India via Perzië door de Arabieren naar Europa gebracht, eerst in Spanje en vervolgens in Italië.

Rond het jaar 1000 is het spel bijna overal in Zuid-Europa bekend.
In de late middeleeuwen, tussen 1100 en 1400 ontwikkelde het schaken zich tot het populairste bordspel van Europa, althans onder de heersende klasse.
Het duurde tot de tweede helft van de 18e eeuw voordat het spel in koffiehuizen en cafés wordt gespeeld.

Hier zien we een gravure uit 1750. Wie in die tijd in Parijs wilde schaken begaf zich naar het cafe de la Regence. Het lokaal ging om 8 uur ’s ochtends open en was binnen een paar uur door rook bezwangerd. Het was maatschappelijk voordelig daar gezien te worden. Reden waarom zelfs filosofen, zoals Rousseau en Voltaire er opdoken, maar ook politici zoals Napoleon.
Na 1450, ten tijde van de renaissance ontstonden de regels zoals wij die nu kennen. De belangrijkste verandering was wel de macht van de koningin of Dame.
Voor die tijd beheersten vooral de Koning en zijn raadsheer het spel, omdat de Dame beperkte bewegingsvrijheid had.
In de nieuwe regels mocht zij zich vrijelijk over het bord bewegen.
U ziet, wellicht is het begin van de emancipatie is te vinden in het schaakspel
Naamgeving
We komen nu aan de benaming van het schaakspel.
Het oude woord voor schaken in het Sanskriet is “tsjaturanga”.
Tsjatur betekent vier, anga is deel of afdeling. Dit verwijst naar de vier krijgsmachtonderdelen uit India.
De Perzen hielden de oorspronkelijke Indische benaming aan en noemden het Sjatrandsj.

Schaken werd bij de Perzen een strijd van twee koningen met hun legers. Als men de koning aanviel dan moest men vol respect “Sjah”, het Perzische woord voor Koning roepen.
Dat betekende zoveel als: “Pas op Koning”.
Was de koning overwonnen, in de zin van hulpeloos, maar niet geveld, dan riep men “sjahmat”. Mat betekent hulpeloos. Wij herkennen deze woorden nog steeds in schaak en schaakmat.
Wij gaan nu kijken naar de Schaakstukken
Dit is een chinees spel van Ivoor uit ca 1800
In de ontwikkeling van de schaakstukken zien we vele thema’s en variaties.
Het zijn niet alleen kunstzinnige uitingen maar vaak ook pogingen om de legers in beroemde veldslagen af te beelden.




Van Napoleons slag bij Waterloo tot de Amerikaanse Burgeroorlog.



Van de Romeinen in hun veldslagen in het Ottomaanse rijk tot de Duitse- en geallieerde troepen in de 2e wereldoorlog.
Er is bijna geen oorlog of veldslag die niet in een schaakspel is vormgegeven.
Daarnaast zien we ook geheel andere opvattingen. Kenmerkend is natuurlijk wel dat het altijd om tegenstellingen gaat, goed en kwaad, wit tegen zwart. Of zelfs muizen tegen katten

Zo is er ook een spel te zien uit de 21e eeuw waarbij de Joden tegenover de Christenen staan, de rabbi tegenover de paus en de kerstbomen tegenover de vlag van Israel.

Een uitzondering op deze vormgeving zien we bij de Moslims. De Koran verbiedt hen om stukken van het oorlogsspel uit te beelden in menselijke gedaanten. We herkennen een moslim spel dan ook direct aan de gestileerde stukken opgebouwd uit varianten van een cilinder.


In de christelijke cultuur komen zowel figuratieve als abstracte ontwerpen voor. Een mooi voorbeeld is het schaakspel van de Duitse kunstenaar Paul Wunderlich. Paul, een vriend van de Spaanse kunstenaar SALVADOR DALI, is duidelijk door hem geïnspireerd in zijn creatie van het bronzen schaakspel.



Van de oudere stukken zijn die van Lewis zeer bekend. Ze dateren van de 13e eeuw en werden in 1831 ontdekt bij het eiland Lewis voor de kust van Schotland.

De set stelt een Vikingleger voor uit de middeleeuwen, waarbij kennelijk ook de bisschoppen (Lopers) present waren op het slagveld. De stukken zijn opgedoken uit een oud Vikingschip dat voor de kust is gezonken. Ze zijn tentoongesteld in het British Museum in Londen.
Hier is de koning te zien, een kopie hiervan staat op deze tentoonstelling.
Uit de 18e eeuw zien we een prachtig ivoren schaakspel uit India. In opdracht van de Engelse kolonisten vervaardigd in Berhampore, Oost India. Aan de ene zijde ziet men de Indiase Sikhs, gewapend met kromzwaard en de koning gezeten in een howdow (haudou) op een olifant.
Aan de andere zijde ziet men het Engelse kolonisten leger. De soldaten werden door de Indiërs betiteld als “John Bull” en het leger als John Compagnie.



Vandaar dat dit prachtige spel de geschiedenis is ingegaan als “John Compagnie”. Afgezien van de historische waarde is dit spel zeer kostbaar omdat het verwerken van ivoor niet meer is toegestaan.
Als men bedenkt dat het gereedschap van de ivoorsnijder bestond uit een set scherpe mesjes kunnen we alleen maar ontzag hebben voor deze kunstenaars.

Hierbij zien we dit zelfde thema; John Company, weergegeven in een spel van puur zilver.

Hier laat ik een chinees spel van ivoor zien, waarbij alle pionnen verschillend zijn weergegeven (zie tentoonstelling)
Schaakspellen zijn van zeer uiteenlopend materiaal vervaardigd.
Van de beroemde porselein fabriek Herend in Hongarije is dit het spel van hun topontwerper. Het is een hoogstandje van techniek door de ragfijne openingen in de stukken en het bord. Meestal is dat ondoenlijk omdat de kleine openingen in het porselein in de oven door de hoge temperaturen in de oven dicht gaan zitten.
Maar er werd ook gebruik gemaakt van kamelenbeen, zoal dit spel uit India.
Dit zijn de Koning en koningin van een spel van sterling zilver geëmailleerd in groen en blauw. Gemaakt in Jaipur India (hier te zien)
Een fraai goudverguld spel met marmer bord. Weergegeven zijn Keizer Franz-Jozeph I met zijn vrouw Elisabeth, beter bekend als Sissy. De torens zijn de Stephansdom in Wenen
Een Engels spel van Hendrik VIII met een van z’n zes vrouwen Waarschijnlijk Anna Bolijn.
Hendrik, die koning van Engeland was van1509-1547 is door de vele echtscheidingen en executies van echtgenotes de geschiedenis in gegaan als Blauwbaard. Van hem schijnt het grapje te zijn, dat echtgenote de verleden tijd is van echt genieten.
Dit is een grapje uit een oud hollands houten schaakspel. Als de tegenpartij schaakmat was gezet drukte de winnaar op de top van zijn loper, waarna deze zich ontvouwde en een mannetje zijn billen liet zien
Geheel van deze tijd is dit spel. Een moderne variant in lood; American football.
Staunton
De Staunton stukken, waarvan hier een voorbeeld, worden standaard gebruikt op alle officiële schaaktoernooien.
In vroegere tijden speelden schakers met hun eigen spel met soms de meest uitzonderlijke versieringen. Omdat in wedstrijden hiermee een voordeel behaald zou kunnen worden door de eigenaar, werd besloten een uniform spel voor te schrijven.
De Staunton stukken, nu standaard op toernooien, ontlenen hun naam
Aan de Engelsman Howard Staunton. Hij was van 1842 tot 1851 de beste schaker ter wereld. Hij ontwierp de basis set die vervaardigd werd door John Jaques in Londen.
In 1849 kreeg deze Jaques het alleenrecht om deze officiële Staunton set te vervaardigen.
Men herkent een echte Jaques aan de inscriptie in de voet van de Koning en een kroontje op het paardenhoofd.

Tijd en schaken in tijd
Tot 1883 konden deelnemers aan een schaaktoernooi voor iedere zet net zoveel tijd nemen als zij wilden. Op het London International Tournament werd voor het eerst de schaakklok Fattorini geïntroduceerd. Dit was nodig omdat bepaalde spelers het spel bewust vertraagden door meer dan een uur over een zet te doen.

De eerste schaakklok die u hier op het scherm ziet, bestaat uit twee slingeruurwerken op een soort wip. Als het ene uurwerk omlaag wordt gedrukt, stopt het en begint de andere te lopen. Het is beslist een unicum te noemen dat deze klok bewaard is gebleven en hier op de expositie te zien is. Door een gunstige speling van het lot heb ik deze klok 20 jaar geleden in mijn bezit gekregen. Het betekent de kroon op mijn verzameling van meer dan 100 schaakspellen waarvan u in deze expositie een tiental kunt bewonderen.
NB. De huidige norm op toernooien is 40 zetten in twee uur, plus 20 zetten in elk volgend uur.)
Schaken in de beeldende kunst
Sinds het ontstaan van het schaakspel, zien we het spel in vele vormen afgebeeld op muren als fresco, als illustratie in boeken, of als centraal thema op schilderijen. Dat er relatief zoveel aandacht voor het schaakspel in de kunst is ontstaan niet alleen in de beeldende kunst maar ook in de letterkunde, zegt iets over de innerlijke betekenis van het spel.
Schaken is meer dan een spel:
het is een rijke bron voor de cultuur- geschiedenis.
Als symboliek van het schaakspel zien we niet alleen de tegenstellingen maar het schaakspel staat heelvaak als symbool voor de liefde.
.
Op deze afbeelding zien we hoe de Engelse schilder Reginald Framton, een olie verf schilderij heeft gemaakt van Shakespere’s ‘The Tempest’, waarin Ferdinand en Miranda schaken in een liefdes tuin.
Niet alleen symboliek in positieve zin speelt een rol in het schaakspel.
In de middeleeuwen werd het schaakspel door de kerk verboden op grond van merkwaardige argumenten; zoals verslaving aan het spel zou afleiden van hogere, geestelijke gedachten.
Een ander argument was het onzedelijk karakter; immers bij promotie van een pion had de koning ineens de beschikking over twee koninginnen.
Dit is een illustratie uit het schaakboek van de Dominicaner monnik Jacobus de Cessolis. Deze hield moraliserende preken waarbij hij het schaakspel als voorbeeld gebruikte.
Overigens zien we in later tijd dat juist de bewoners van kloosters het spel regelmatig beoefenen.
Ook deze expositie bewijst eens te meer, hoe het schaakspel een onuitputtelijke bron van inspiratie is voor professionele kunstenaars en hobbyisten.
In Nederlandse schilderkunst zien we hoe de schilders van de 16e en 17e eeuw dit onderwerp benaderden.
De kunstschilder Hans Muelich toonde in 1552 hoe Hertog Albrecht V van Beieren en zijn vrouw Anna van Oostenrijk met elkaar streden onder de ogen van het hof.


Zo is van Lucas van Leyden, die leefde van 1494 tot 1533 bekend dat hij op 14-jarige leeftijd reeds in 1508 een schilderij maakte met als titel “De Schaakspelers”. Het is een olieverf schilderij op een houten paneel van 27 x 35 cm. Dat zich bevindt in het Staatsmuseum te Berlijn.
In de tweede helft van de 17e eeuw is er in Nederland nog geen sprake van clubschaak van enig nivo. Op schilderijen zien we meestal een spelletje schaak in de huiselijke kring. De schilder Cornelis de Man heeft dat eind 1600 voortreffelijk vastgelegd.
Anders was het met het schilderij(Hier in Zwart/wit) door Hans Ewouts uit 1568 van de familie van de Hertog van Windsor, waarbij het gezin is afgebeeld achter schaakbord en kaartspel als een soort statussymbool.
Nog enkele voorbeelden met het schaakthema:
Schilderij van de Italiaan Sononisba Anquissola uit 1555 van drie schakende zusjeS.
De schaakspelers van Isaak Israels rond 1900
De schaker van de Fransman Henri Eugene Campan in 1885
Schilderde men in de 19e eeuw nog braaf 2 spelers met een schaakbord, in de 20e eeuw heeft menige kunstenaar dat los gelaten. We kunnen kennis maken met expressieve uitingen van het schaken los van spelers of het bord.
Een voorbeeld hiervan is het in 1935 vervaardigde stilleven met lamp en schaakbord van de Belgische kunstenaar Jan Brusselmans,
dit schilderij van Marcel Duchamp
of het bekende schilderij van Paul Klee uit 1937.
Het is een lange lijst van Nederlandse kunstenaars die zich bezig hebben gehouden met het thema schaak. Het heeft ons een schat aan kunstwerken opgeleverd die ook niet-schakers beroeren. Men hoeft immers geen schaker te zijn om te kunnen genieten van het spel van lijnen, vormen en kleur.
Hier zien we enkele andere werken
o.a. Toon van der ven in 1978
En Gubbels in 1980
of Leienzapf in 1990.
Ieder jaar groeit het aantal beeldende kunstenaars die zich bezig houden met het schaakthema.
Zelf ben ik met het schaakthema al bezig sinds ik in 1957 afstudeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Zie mijn schilderijen elders op deze site.
Het is een prima initiatief van de organisatie SCHAAKKUNST om door middel van dit soort exposities het werk van kunstenaars te promoten.
Een woord van lof aan Geert en Margreet is zeker op zijn plaats.
Laat u zich op deze tentoonstelling inspireren door het werk van diverse kunstenaars die zij bijeen hebben gebracht, en wie weet, hangt er straks een deeltje van hun gedachtegoed bij u thuis aan de wand, of siert een schaakspel uw salontafel.

Ik wens u veel kijk plezier.
Aad van den Bosch
